Snuit
Snuit
Een kerstverhaal, Arie Safari, 2005
Ik ben Snuit, een ezel. Ja, lach maar. Ezel is geen scheldwoord, hoor. Ik ben er trots op om een ezel te zijn.
Ik zal jullie eens een vreemd verhaal vertellen. Het vreemdste avontuur dat ik ooit heb meegemaakt.
Je moet weten, mijn baas was een goede baas, ik noemde hem Meneer. Hij zorgde goed voor mij. Overdag mocht ik vaak op het land werken. Dat vond ik fijn. En na een dag hard werken kreeg ik x92s avonds lekker eten en mocht ik in de stal slapen. Mijn bazin was een lieve mevrouw. Ik noemde haar Mevrouw. Soms ging ik met haar naar de markt. Dan trok ik een kar met spullen. Appels of watermeloenen. En als er dan eentje vanaf viel, mocht ik hem opeten.
De laatste tijd was er iets vreemds met Mevrouw aan de hand. Ze was anders geworden. Veel dikker opeens. En veel zwaarder. De laatste weken moest ik haar steeds vaker tillen. Ze kon niet zo goed meer lopen. Dan moest ik haar op mijn rug nemen. Ik vond dat niet erg, want ik kon haar goed dragen. Maar het begon zo langzaamaan wel een hele vracht te worden.
Het vreemde begon allemaal toen we op een dag een lange reis moesten maken. Meneer liep voorop. Mevrouw zat op mijn rug. Samen met een hele berg bagage. Ik had geen idee waar we heen gingen. De reis was ver, dat wist ik wel. We raakten steeds verder van huis. Het werd steeds later, steeds donkerder en steeds kouder. En het was net of Mevrouw steeds zwaarder werd.
Het was ondertussen aardedonker en we moesten overnachten. Zomaar aan de kant van de weg. Meneer zorgde goed voor Mevrouw. Hij gaf haar alle dekens en zelf sliep hij nauwelijks. Hij slenterde maar wat door de nacht, sliep soms even en zette soms een kop thee. Hij keek bezorgd. Soms werd hij boos. Niet op Mevrouw, hoor, of op mij. Maar wel echt boos. Dat gebeurde vaker de laatste tijd. Dan begon Mevrouw te huilen en ging Meneer haar weer gauw troosten.
De volgende dag liepen we weer verder. En verder en verder. En weer moesten we de nacht buiten slapen. En de volgende dag ging het weer verder.
Zo sjokten we een paar dagen achter elkaar. Voor Meneer was dat geen probleem, hoor. Hij was jong en sterk en was gewend om hard te werken. Hij was timmerman, maar daarnaast bewerkte hij ook nog eens het land. Nou ja, dat deden we dan vaak samen. Ik liep dus ook heel was stappen per dag en voor mij was de reis ook geen probleem. Maar voor Mevrouw leek het allemaal wat te veel te worden.
Soms zat ze voorover gebogen op mijn rug. Dan aaide ze mijn nek en fluisterde lieve woordjes in mijn oor. Nou heb ik flinke flaporen, maar ik kon nooit verstaan wat ze zei. Het klonk altijd erg lief. Soms, als ze naast me liep aaide ze mijn snuit en huilde ze. Dan werd ze weer moe en dan was ik blij dat ik haar weer verder mocht tillen.
Die avond kwamen we eindelijk aan bij een klein stadje. Het was laat en ik begreep dat ze allebei graag wilden slapen. Ikzelf trouwens ook wel. Dat hadden we nu toch wel verdiend. We stopten bij een huis. Meneer liep naar binnen. Mevrouw bleef op mijn rug zitten. Even later kwam Meneer weer naar buiten. We liepen een paar honderd meter verder en daar stopten we weer. Weer ging Meneer een huisje binnen. Wij moesten buiten wachten. En weer kwam Meneer terug. Zo slenterden we door het stadje. Meneer werd boos. Zo langzaamaan liepen we het stadje aan de andere kant weer uit. En weer ging Meneer ergens naar binnen. Toen hij weer buiten kwam was hij echt boos. Hij riep iets in de richting van het huisje en schopte tegen het hek. Mevrouw begon te huilen en riep iets tegen Meneer. Die kwam snel naar haar toe en sloeg een warme deken om haar heen.
We liepen weer verder. Door het donker. Door de kou. Meneer liep voorop en hield mijn leidsels vast. Af en toe schopte hij tegen een steen en mopperde wat.
We stopten bij een boerderij buiten de stad. Mevrouw en ik moesten weer wachten. Meneer ging naar binnen. Nu bleef hij langer binnen dan eerder op de avond. Mevrouw kwam naast me staan. Ze wreef haar handen over haar buik. Toen pakte ze mijn hoofd en gaf me een kus op mijn snuit. Ik begreep er niets van, maar het was wel heel lief.
Opeens kwam Meneer weer naar buiten. Hij was niet boos meer, maar lachte. Naast hem liep een oude man. Ik denk dat het de boer was, die hier woonde. Ze liepen om de boerderij heen en riepen ons. Mevrouw nam mij aan de leidsels mee en samen sjokten we het erf op. We liepen naar de stallen. De twee mannen gaven elkaar een hand en de boer liep weer terug. Meneer liep de stal in en legde een paar balen stro op de grond tegen elkaar. Toen legde hij er wat kleden op. Mevrouw ging liggen en sliep bijna direct.
Ik kwam naast de os te staan. De voerbak werd gevuld met hooi en vers gras. En in de waterbak werd vers water gegoten. Heerlijk. Weldra was het stil en sliepen we allemaal.
Midden in de nacht begon Mevrouw opeens te roepen. Meneer deed een olielamp aan en gaf Mevrouw een beker drinken. Dit was blijkbaar fout, want ze mepte de beker zomaar uit zijn hand. Ze begon te gillen. Meneer begon zenuwachtig heen en weer te lopen. Dit was blijkbaar ook niet goed, want Mevrouw begon heel boos naar hem te roepen. Meneer stond toen op en rende de stal uit, naar de boerderij.
Even later kwam er een oude mevrouw. Ik denk de boerin. Ze had emmers water en kleden bij zich. Mevrouw begon vreselijk te gillen en even was ik bang dat ze dood zou gaan. De os en ik keken elkaar eens aan. De os haalde zijn schouders op en vrat nog eens wat hooi.
En toen gebeurde het. Wat ik nu ga vertellen is het gekste dat ik ooit heb meegemaakt.
Het werd opeens stil. Muisstil. Een paar tellen later werd het licht in de stal. Stond de stal in de fik? Welnee, er was gelukkig geen brand. Maar toch was er licht. Zo fel, dat ik mijn ogen even dicht kneep. Toen opeens zag ik een baby. Het leek net of daar het licht vandaan kwam. Misschien leek het alleen maar zo, hoor, ik weet het niet. Maar het was zo vreemd. De stal leek opeens fel verlicht en verwarmd. En volgens mij kwam dat door die rare baby! De boer en Meneer keken heel voorzichtig om het hoekje en liepen toen langzaam naar binnen. Hun ogen waren groot en hun monden hingen los.
In een hoekje zat Mevrouw met de baby tegen zich aangedrukt. Ze huilde, maar niet van verdriet. En de hele stal was verlicht. Ik keek de os nog eens aan en zag dat hij pardoes een muil vol stro had laten vallen. We haalden allebei onze schouders op. Wat wxe1s dxedt?
En toen, het ging maar door, klonk er muziek. Vanuit de stal kon ik zien dat er buiten iets aan kwam vliegen. Het leken grote witte vogels. Geloof het of niet, maar ze hadden rare dingen bij zich waar prachtige muziek uit kwam. Geen idee wat het was, maar ik vond het prachtig. Toen die vreemde vogels dichterbij kwamen zag ik waar het licht vandaan kwam. Vanuit de lucht scheen er een helwitte ster op de stal. Het was de helderste ster die ooit aan de hemel gestaan heeft. En die scheen met een enorm felle straal licht op de stal. Heel vreemd allemaal.
De boerin kwam naar mij toe en maakte mijn voerbak leeg. Hxe9, wat was dat nou? Ik was nog niet klaar met eten! Ze maakte de baby schoon en legde het met wat doeken in mijn voerbak. Vlak voor mijn neus. Wat een lieve baby.
Ondertussen was het een drukte van belang in de stal! Er kwamen mannen binnen lopen. Het waren herders en sommigen hadden zelfs nog een schaap naast zich lopen. Exe9n voor xe9xe9n gingen ze op hun kniexebn voor de voerbak en kusten de voeten van de baby. Rare jongens, die herders.
Weet je wat het mooiste was? Net voordat de baby in slaap viel opende het even zijn oogjes. Even, hxe9xe9l even maar, keek hij mij recht aan. Mijn hele ezellijf begon te trillen. Zomaar vanzelf. De baby leek niet alleen licht en warmte te geven, maar ook een geluksgevoel als het je aankeek. Het was het gelukkigste moment dat ik ooit heb meegemaakt.
Ik heb nog altijd geen enkel idee wat het allemaal was, die nacht. Maar ik denk dat ik voor een ezel iets heel bijzonders heb meegemaakt.
